The German Negatives

The German Negatives

Belgium’s artistic heritage was the subject of a remarkable project during the last two years of World War I. A group of about 30 German art historians, photographers and architects set out to record the country’s most significant monuments with the new medium of photography. They ended up taking more than 10,000 outstanding photos of Belgian churches, beguinages, castles, private dwellings, memorials, interiors and artworks between the summer of 1917 and the autumn of 1918.

When the war came to an end, all the negatives, each still made on glass plates, were shipped off to the art history institutes of Bonn and Berlin, from whom the Belgian government could eventually buy the entire collection in 1927. Since 1948, the Royal Institute for Cultural Heritage (KIK/IRPA) in Brussels has managed, cared for and made the negatives accessible to the general public.

 

De Duitse negatieven

Tijdens de twee laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog was het Belgisch artistiek erfgoed het onderwerp van een uitzonderlijk project. Een groep van ongeveer dertig Duitse kunsthistorici, fotografen en architecten doorkruiste het hele land om de belangrijkste monumenten op Belgische bodem te fotograferen. Tussen de zomer van 1917 en de herfst van 1918 maakten zij meer dan 10.000 bijzonder fraaie opnames van Belgische kerken, begijnhoven, kastelen, burgerwoningen, gedenktekens, interieurs en kunstwerken.

Aan het einde van de oorlog werden deze fotografische negatieven, allemaal gemaakt op glazen platen, overgebracht naar de kunsthistorische instituten van Bonn en Berlijn. In 1927 slaagde de Belgische Overheid er evenwel in om de volledige collectie glasnegatieven op te kopen. Sinds 1948 wordt deze verzameling beheerd, bewaard én ontsloten door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) in Brussel.

 

Les clichés allemands

Durant les deux dernières années de la Première Guerre mondiale, le patrimoine artistique belge a fait l’objet d’un projet hors du commun : une équipe allemande d’environ trente historiens de l’art, photographes et architectes ont sillonné tout le pays pour photographier les monuments belges les plus importants. De l’été 1917 à l’automne 1918, ils ont réalisé plus de 10.000 prises de vue – d’une qualité exceptionnelle – d’églises belges, de béguinages, de châteaux, d’hôtels de maître, de monuments publics, d’intérieurs et de chefs-d’oeuvre.

À la fin de la guerre, ces clichés – tous sur plaques de verre – ont été transférés dans des instituts d’histoire de l’art, à Bonn et Berlin. En 1927 cependant, l’État belge a pu les acheter. Depuis 1948 la collection est gérée, conservée et valorisée par l’Institut royal du Patrimoine artistique (IRPA) à Bruxelles.

 

Drie Duitse negatieven met opnames van de Sint-Niklaaskerk in Bergen; het stadhuis van Bergen; de Sint-Jacobskerk in Luik, 1917/18
Trois clichés allemands : l’église Saint-Nicolas à Mons, l’hôtel de ville à Mons et l’église Saint-Jacques à Liège, 1917/18

 

wwi-banner-logos

Advertisements